Hoe een zeehond Bloemenstroom verovert

Ontmoetingsgroep Bloemenstroom in Bloemendaal kreeg onlangs als eerste bezoek van Anja de Zeehond. In het ontmoetingscentrum kunnen kwetsbare ouderen, waaronder mensen met dementie en eventueel hun familie en vrienden genieten van een dag waarin ‘niets hoeft en bijna alles kan’. Hieronder vertelt zeehond Anja over haar ervaringen.

‘De aanwezigen zitten gezellig aan een grote tafel, mijn komst is al aangekondigd. “Wat? Komt er een zeehond? Uit welke zee komt ie dan?”, grinnikt één van de aanwezige dames. Saskia Keijzer van Servicepaspoort laat me aan alle aanwezigen zien. “Zeehond Anja komt helemaal uit Japan. Je kunt haar aaien en ze reageert ook op geluiden. Hier til haar maar op”, spoort Saskia de aanwezigen aan. Ik laat het allemaal gewillig over me heen komen, knipper met mijn ogen en kijk wat in het rond. Een meneer kriebelt me onder mijn kin. Heerlijk! Dat laat ik zien door te kwispelen met mijn achtervinnen. De aaiende meneer laat me niet meer los. “Ze lijkt op iemand die ik ken, maar ik kan niet op haar naam komen”, lacht hij.

Hup, en verder ga ik met mijn rondje door de ruimte. “Wil je even bij Eef?” Een nieuw stel armen omsluit me. “Goh, je lijkt op mijn poes”, krijg ik dit keer te horen. Ik vind het allemaal prima en laat nog wat gelukzalige kreetjes horen. “Oh, het is een huiler”, reageert een van de aanwezigen. Nee hoor, ik vind het heerlijk hier. Met kirrende geluidjes laat ik merken dat ik het naar mijn zin heb en dat je me niet te véél kunt aaien. Met geluid laat ik ook merken dat ik aandacht wil. Als er een tijdje niet naar me wordt omgekeken, dan val ik in slaap. In mijn neus zitten sensoren, zo merk ik verschil in licht, dus tussen dag en nacht.

 

Een volgende mevrouw kijkt me achteroverleunend wat sceptisch aan. Een regelrechte hit ben ik niet bij haar. “Ik houd niet zo van die flauwekul.” Ik krijg gelukkig wel een voorzichtige aai op het moment dat ze me snel aan haar buurvrouw geeft.
Wanneer iedereen me uiteindelijk in handen heeft gehad en geaaid, ga ik midden op tafel even een dutje liggen doen. Maar ik heb wel de tongen los gekregen. De aanwezig heren tonen hun technische kennis over de stroomkringen die onder mijn witte vachtje moeten zitten. Een mevrouw stoot haar buurvrouw aan: “Had jij vroeger een knuffel?” “Nee, ik had poppen”, is het antwoord en dat blijkt bij veel van de dames het geval te zijn. Er ontspint zich een geanimeerd gesprek over de poppen die ze vroeger als kind hadden. Of zoals Nel zegt: “We gaan terug in de tijd. Weet je nog wel, oudje?”

Na afloop krijg ik mijn ‘speen’, oftewel via mijn vers opgeladen accu ben ik straks weer zo goed als nieuw en kan ik weer uren in actie komen. “Tsja, dat zouden wij ook moeten hebben hè”, verzucht een mevrouw. ‘